Meester-gezel

De Kolonie Collectie richt zich op twee belangrijke thema’s: de meester-gezel relatie en het landschap. De eerste houdt in dat ontwerpers en ambachtslieden met gedetineerden aan de slag gaan om ze te helpen en nieuwe vaardigheid te leren, die ze kunnen inzetten wanneer ze weer terugkeren in de samenleving en aan de slag moeten. Dit leerproces heet “meester-gezel” en kent een lange traditie. Het gebeurde bij schilders in de Renaissance en ook bij andere ambachtslieden, zoals in de werkplaats van de goudsmid of de beeldhouwer, werden leerlingen onderwezen om het vak van de expert te leren. Binnen de Kolonie Collectie gebeurt dit ook op een bepaalde manier, doordat ze bij de productie van de ontwerpen vaardigheden leren die ze in de toekomst kunnen gebruiken.

Klik hier voor de webshop

LAS-TIG

LAS-TIG is een fiets gemaakt in de gevangenis van Veenhuizen, in samenwerking met KETTER&Co. 

In de gevangenis van Veenhuizen kunnen gedetineerden hun diploma halen om IG-lasser te worden. Hiermee vergroten ze hun kansen op de arbeidsmarkt na hun detentie omdat er wereldwijd vraag is naar zulke vakmannen. Tijdens het examen worden ze getest op bepaalde technieken. Hiervoor heeft de jonge designstudio UNITT een fiets ontworpen, waarin al deze vaardigheden verwerkt zitten. Als de gedetineerde het lukt om succesvol een waterdicht frame te maken voor deze LAS-TIG, zijn ze geslaagd. De LAS-TIG kan, afhankelijk van de montage, variëren van stadsfiets tot touringbike waar je comfortabel heel Drenthe mee door kunt fietsen. Zo leren ze in de gevangenis een vak en kunnen de mensen buiten de muren gebruikmaken van het resultaat.

Landwerktuig

Deze schop en riek, ontworpen door Joost Dingemans, worden geproduceerd worden in de gevangeniswerkplaatsen van Veenhuizen.

De serie is gemaakt met drie verschillende technieken die de gedetineerden daar leren: houdbewerking, metaalbewerking en poedercoating. De werktuigen hebben een belangrijke rol gespeeld in het verleden van Veenhuizen. De Maatschappij van Weldadigheid had onder andere als doelstelling het land vruchtbaar te maken, zodat men eigen voedsel kon verbouwen en zo onafhankelijk zou worden. 

Veenhuisjes

Adrianus Kundert heeft Veenhuisjes ontworpen die worden geproduceerd in gedetineerdencentrum Esserheem en afgewerkt met een laagje veen.

In 1859 werden er in korte tijd twee gevangenissen en vele woningen uit de grond gestampt. De architectuur van de huisjes maakte de toenmalige strikte hiërarchie zichtbaar onder het Justitia personeel; iedere rang woonde in een ander ontwerp. De Veenhuisjes komen in twee vormen: type II is een woonblok gelegen achter het gevangenismuseum. Hier woonden ambtenaren van een lage rang. Type IV is een dubbel woonhuis en was bedoeld voor de onderwijzers.